Gemeenten publiceren stukken om inwoners inzicht te geven in besluitvorming. Maar uit onderzoek van NOS en Nieuwsuur blijkt dat daarbij op grote schaal persoonsgegevens zichtbaar zijn gebleven. In 255 documenten stonden burgerservicenummers; daarnaast werden onder meer adressen, telefoonnummers en nummers van identiteitsdocumenten gevonden. Transparantie die burgers blootstelt, ondermijnt precies het vertrouwen dat open overheid moet versterken.
Openbaarheid is geen documentendump
De Wet open overheid verplicht overheden informatie toegankelijk te maken. Die plicht staat niet tegenover privacybescherming: gemeenten moeten beide tegelijk organiseren. Een document online zetten is daarom pas de laatste stap van een gecontroleerd proces, niet het eindpunt van een snelle zoekactie.
Dat het probleem jaren na waarschuwingen van de Autoriteit Persoonsgegevens nog steeds voorkomt, wijst op meer dan incidentele slordigheid. Het gaat om werkprocessen, eigenaarschap en technische systemen die gevoelige informatie niet tijdig herkennen.
Automatisering kan helpen, maar niet beslissen
Veel gemeenten gebruiken software om namen en nummers zwart te maken. Zulke systemen missen soms context of herkennen afwijkende documenten niet. Een menselijke controle blijft daarom nodig. Maar ook één medewerker als laatste verdedigingslinie is kwetsbaar wanneer de werkdruk hoog is en honderden pagina’s onder tijdsdruk moeten worden verwerkt.
Een veiliger model begint eerder: verzamel alleen gegevens die nodig zijn, scheid openbare en vertrouwelijke versies, scan documenten automatisch op vaste patronen zoals BSN’s en laat risicovolle publicaties door twee mensen controleren. Het publicatiesysteem moet een document blokkeren wanneer gevoelige gegevens worden gevonden.
De rekening komt bij de burger
Voor een gemeente is een fout soms een melding en een herstelactie. Voor de betrokken inwoner kan dezelfde fout langdurige onzekerheid betekenen. Een BSN kan niet eenvoudig worden vervangen. Gegevens uit openbare documenten kunnen bovendien worden gekopieerd, opgeslagen en elders opnieuw verspreid, ook nadat het oorspronkelijke bestand offline is gehaald.
Daarom hoort snelle verwijdering bij herstel, maar is dat niet voldoende. Betrokkenen moeten persoonlijk worden geïnformeerd, risico’s moeten worden uitgelegd en gemeenten moeten openbaar maken welke structurele maatregelen volgen.
Wie draagt verantwoordelijkheid?
De keten bestaat vaak uit meerdere partijen: de gemeente die het document ontvangt, software die gegevens anonimiseert en een platform dat stukken publiceert. Uitbesteding mag verantwoordelijkheid niet verdunnen. De gemeente blijft aanspreekbaar voor wat zij online zet en moet leveranciers kunnen controleren met auditlogs, beveiligingseisen en periodieke tests.
Waar we nu op moeten letten
Belangrijk is of gemeenten niet alleen de gevonden stukken verwijderen, maar ook hun volledige archief opnieuw scannen. Daarnaast zijn landelijke minimumnormen nodig voor Woo-publicaties, inclusief verplichte technische controles en duidelijke termijnen voor het informeren van slachtoffers. Ook het toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt bepalend: zonder consequenties blijft privacy afhankelijk van lokale capaciteit en prioriteit.
Een open overheid vraagt dus om meer dan zoveel mogelijk documenten publiceren. Betrouwbare openbaarheid betekent dat burgers kunnen meekijken zonder zelf het risico te lopen zichtbaar te worden.
Bronnen: NOS/Nieuwsuur over gelekte persoonsgegevens en de opvolging door gemeenten.
